|
Deze website wordt
u aangeboden door Adri van Kooten, keurmeester gras-
en grote parkieten bij de NBvV
|
|
|
Twee dagen na het verstrekken van de laatste overdosering levertraan
zullen de jongen de poten al weer recht onder het lichaam kunnen
houden en er goed op kunnen staan en lopen. Voor de genezing van
spreidpoten is een tijdige herkenning erg belangrijk. De meeste
liefhebbers zullen echter pas zeker zijn dat de jongen spreidpoten
hebben als het al te laat of bijna te laat is, namelijk als het jong
zo'n 14 tot 17 dagen oud is. Toch blijkt er een verschil te zijn
tussen jongen met spreidpoten en gezonde jongen. De jongen met
spreidpoten blijken namelijk, als gevolg van het vitaminegebrek, op
de dijen een roodachtige schrale kleur te vertonen. Deze schrale
kleur, hoewel soms maar op een klein plekje aanwezig, is soms al op
de leeftijd van acht à tien dagen zichtbaar. Helaas is het niet
mogelijk om voor de 'zekerheid' een extra dosering levertraan aan de
jongen te geven. Bij overdosering van vitamine D zal het effect bij
jongen, die deze vitamine in voldoende mate bezitten, averechts
werken omdat een teveel van deze vitamine juist ontkalking van de
beenderen tot gevolg zal hebben. Jongen die reeds spreidpoten hebben
als ze vier dagen oud zijn, zijn over het algemeen niet te redden.
Hetzelfde geldt voor jongen die ouder zijn dan ca. veertien dagen.
In sommige gevallen is het euvel ook te verhelpen met een pleister,
waarin op een afstand van ca. 1 cm. twee gaatjes worden geknipt. De
pootjes worden door de gaatjes gedaan en de pleister wordt
dichtgeplakt. Bij deze methode hebben de poten voldoende ruimte om
te groeien. Vogels die deze vorm van spreidpoten op hun jongen
overbrengen alsmede de jongen die genezen zijn van deze vorm van
spreidpoten, dienen uitgesloten te worden voor de kweek. Het lijkt
er namelijk op dat het niet of onvoldoende kunnen benutten van
vitamine D uit de voeding, op de jongen kan worden overgedragen.
TIJDELIJK VITAMINE TEKORT
Laat u een broedpaar, dat in twee ronden samen zo'n tien jongen goed
heeft grootgebracht, nog een derde ronde grootbrengen en in het nest
vindt u dan één of meer vogels met spreidpoten, dan kunt u in dit
geval het ouderpaar gerust aanhouden. In dit geval is het gewoon een
tijdelijk tekort aan vitamine D geweest. In een dergelijk geval
heeft u gewoon veel te veel geeist van het ouderpaar. Hierboven is
reeds behandeld hoe u de jongen met spreidpoten kunt genezen. Vogels
met grote nesten (tot 5 jongen) moeten we zeker niet meer dan twee
broedsels per jaar laten grootbrengen.
TE ZWAAR BROEDENDE POPPEN
Deze vorm van spreidpoten is pas te voorkomen als de pop het eerste jong
al min of meer platgedrukt heeft of wanneer we uit eerdere
broedronden dit gedrag van de pop kennen. De oplossing van dit
probleem is vrij eenvoudig. Zodra het eerste jong namelijk
uitgekomen is legt u er direct een beduidend groter jong (7 à 8
dagen) uit een ander nest bij. Dit jong vangt de eerste klappen wel
op zodat de andere jongen rustig uit kunnen komen en zonder
spreidpoten kunnen opgroeien. Bij deze vorm van spreidpoten is het
net alsof de vaak nog onervaren pop geen keuze kon maken tussen het
jong en de resterende eieren. Op latere leeftijd kan de pop deze
slechte eigenschap door gewenning afgeleerd hebben. Spreidpoten
worden ook nog aleens waargenomen bij jongen die in broedblokken met
een vlakke bodem, dus zonder kuiltje, worden geboren. De verklaring
hiervoor is dat het totale lichaamsgewicht van de (zware) pop
hierdoor op het jong komt te rusten. Een kuiltje in de bodem van het
broedblok draagt bij tot een betere drukverdeling van het
lichaamsgewicht van de pop.
A. van Kooten

|
Betaalbaar boek over aanschaf van vogels voor de
gezelschapsvoliere? |
|

Bestellen? Klik
op de afbeelding.
|
De Gezelschapsvoliere.
In dit boek wordt uitgebreid ingegaan op vragen als: ´Met welke aspecten moet ik
rekening houden bij de bouw van een voliere, ´Welke
bouwmaterialen kunnen het beste gebruikt worden, ´Hoe moet het
nachthok er uit zien?´, Welke planten zijn geschikt?´, ´Welke
vogels kunnen bij elkaar gehuisvest worden?´. Op al deze maar
ook op heel veel andere vragen geeft dit boek een antwoord. Dit
boek is een zeer nuttig, zo niet onmisbaar naslagwerk voor
beginnende liefhebbers die overgaan tot de bouw en inrichting
van een voliere. |
50 x 210 mm
64 blz.
€
7,95 (excl.verzendkosten)
|
|
Op zoek
naar een goed en betaalbaar boek over parkieten en papegaaien? |

(39,90 euro +
2,60 verzendkosten)
Bestellen? Klik
op de afbeelding. |
Het boek, Papegaaien en
parkieten, Handboek en naslag-werk
beschrijft vrijwel alle in de avicultuur voorkomende soorten en
ondersoorten van de leden van de subfamilie der Psittacinae,
kort gezegd kromsnavels of wel papegaaien en parkieten. Dit boek
is samengesteld op basis van de allernieuwste inzichten van de
taxonomie en kent daardoor enkele zeer verassende elementen:
wist u bijvoorbeeld dat de Cacatua goffini niet meer
wetenschappelijk erkend wordt en nu Cacatua goffiniana
heet?
Dankzij de medewerking van
vele experts en liefhebbers
uit binnen- en buitenland hebben de samenstellers een
standaardwerk kunnen maken met uitmuntende foto-grafie. Dit boek
slaat tevens een brug tussen weten-schappelijke ornithologie
(bestuderen en beschrijven van vogels in de vrije wildbaan) en
avicultuur (houden van vogels in gevangenschap). De geheel
vernieuwde indeling, beschrijvingen van herkomst en leefgebied
in combinatie met alle informatie over het verantwoord houden
van deze vogels maakt dit boek onmisbaar
voor elke vogelliefhebber.
Klik hier voor voorbeeldpagina's (19) van het Papegaaien en
Parkietenboek
(Even geduld - inladen kan even
duren)
|
Beschrijvingen van:
232 soorten
242 ondersoorten |
Foto's van:
302 soorten en ondersoorten
35 mutaties
779 foto's in totaal |
|
|
|