|
|
Veel topkwekers, zo is mij gebleken, plaatsen eerst de man(nen) in
de broedkooi(en). Als reden hiervoor geldt dat de man dan eerder
wordt geaccepteerd door de pop. De man is dan de baas in "zijn"
broedkooi en de pop zal zich daar naar schikken. Een gast heeft zich
immers te schikken naar de gastheer!
Als de vogels elkaar accepteren zullen ze spoedig overgaan tot de
paring.
Veel poppen die in een juiste broedconditie verkeren laten zich
binnen enkele minuten treden als ze bij een man geplaatst worden.
Soms komt het voor dat de vogels elkaar in het begin niet
accepteren. Meestal kijk ik zoiets een tweetal weken aan. Accepteren
de vogels elkaar dan nog niet dan is het beter één van beide vogels
weg te halen.
Meestal accepteren beide vogels elkaar binnen een paar weken.
Vanaf de eerste paring tot het leggen van de eerste eieren kan men
gewoonlijk 8 - 14 dagen rekenen. Voor poppen die eerder gebroed
hebben geldt ca. 8 dagen en voor poppen die voor het
eerst broeden ca. 14 dagen. Soms kan het echter voor komen dat het
bij een jonge pop nog langer duurt.
Reeds één tot twee dagen voor het leggen van het eerste ei
produceert het popje grotere uitwerpselen. Een teken voor de op
handen zijnde ei productie. Dit blijft zo gedurende de gehele
broedtijd. Popjes met een dikker geworden, gedeeltelijk onbevederde cloaca-omgeving en een voortdurend op en neer
bewegende staart staan even voor het leggen van een eitje.
Het leggen van de eitjes gebeurt bij de kromsnavels in het algemeen
om de dag, terwijl de tropische soorten over het algemeen elke dag
een ei leggen.
Vaak beginnen de popjes bij het tweede ei te broeden (dit kan echter
per soort verschillen). Na een dag of vier, vijf kunt u al zien of
de eerste eitjes bevrucht zijn. Daartoe houdt u het ei tegen het
licht. Als u goed kijkt ziet u dan duidelijk een aantal rode
adertjes zitten.
Persoonlijk ben ik geen voorstander van het met de handen aanraken
van eitjes. Er bestaat namelijk het vermoeden dat bacteriën via de
handen van de kweker overgebracht worden op de eieren. Zo is door
onderzoek komen vast te staan dat de eitjes waarin de embryo's in
een vroeg stadium (voor de zevende of achtste dag) gestorven zijn,
vaak geïnfecteerd zijn met bacteriën, die via de poriën in de
eierschaal, het ei zijn binnengedrongen. De bacteriën kunnen, zo
luidt de theorie, op de eieren zijn overgebracht door de handen van
de kweker. Genoeg reden dus om de eieren zo weinig mogelijk aan te
raken.
Beter is het daarom gebruik te maken van een zogenaamd schouwlampje,
dat tegen het eitje kan worden gehouden en waarmee op een simpele
wijze gekeken kan worden of een eitje al of niet bevrucht is. Zo'n
schouwlampje heeft veelal de vorm van een ballpoint en is bij de
vakhandel te verkrijgen.
Bij de tropische soorten zal het eerste jong na ± 10 tot 14 dagen
geboren worden terwijl dit in het algemeen bij kromsnavels ± 18 tot
21 dagen duurt. Het piepen is voor de pop het signaal de krop van
het jong voor de eerste maal te vullen. Als de krop gevuld is, is
dat bij de meeste vogelsoorten van buiten af door een lichte,
geelachtige verdikking aan de hals te zien. In het algemeen vliegen
de jonge vogels tussen de 4de en de 5de week uit. Het popje is dan
meestal al weer aan een tweede legsel begonnen. De man blijft de
jongen nog een tijdje voeren. Over het algemeen zijn de jongen op
een leeftijd van 6 weken in staat voor zich zelf te zorgen. Indien
mogelijk kunt u de zelfstandig geworden jongen het beste in een
aparte kooi of vlucht zetten. Geef hun hetzelfde voedsel als waarmee
ze door de ouders gevoerd werden. Grit (voor de mineralen), scherpe
maagkiezel (voor het vermalen van de zaden in de maag), water e.d.
dienen natuurlijk ook aanwezig te zijn!!
A. van Kooten

|
Betaalbaar boek over aanschaf van vogels voor de
gezelschapsvoliere? |
|

Bestellen? Klik
op de afbeelding.
|
De Gezelschapsvoliere.
In dit boek wordt uitgebreid ingegaan op vragen als: ´Met welke aspecten moet ik
rekening houden bij de bouw van een voliere, ´Welke
bouwmaterialen kunnen het beste gebruikt worden, ´Hoe moet het
nachthok er uit zien?´, Welke planten zijn geschikt?´, ´Welke
vogels kunnen bij elkaar gehuisvest worden?´. Op al deze maar
ook op heel veel andere vragen geeft dit boek een antwoord. Dit
boek is een zeer nuttig, zo niet onmisbaar naslagwerk voor
beginnende liefhebbers die overgaan tot de bouw en inrichting
van een voliere. |
50 x 210 mm
64 blz.
€
7,95 (excl.verzendkosten)
|
|
Op zoek
naar een goed en betaalbaar boek over parkieten en papegaaien? |

(39,90 euro +
2,60 verzendkosten)
Bestellen? Klik
op de afbeelding. |
Het boek, Papegaaien en
parkieten, Handboek en naslag-werk
beschrijft vrijwel alle in de avicultuur voorkomende soorten en
ondersoorten van de leden van de subfamilie der Psittacinae,
kort gezegd kromsnavels of wel papegaaien en parkieten. Dit boek
is samengesteld op basis van de allernieuwste inzichten van de
taxonomie en kent daardoor enkele zeer verassende elementen:
wist u bijvoorbeeld dat de Cacatua goffini niet meer
wetenschappelijk erkend wordt en nu Cacatua goffiniana
heet?
Dankzij de medewerking van
vele experts en liefhebbers
uit binnen- en buitenland hebben de samenstellers een
standaardwerk kunnen maken met uitmuntende foto-grafie. Dit boek
slaat tevens een brug tussen weten-schappelijke ornithologie
(bestuderen en beschrijven van vogels in de vrije wildbaan) en
avicultuur (houden van vogels in gevangenschap). De geheel
vernieuwde indeling, beschrijvingen van herkomst en leefgebied
in combinatie met alle informatie over het verantwoord houden
van deze vogels maakt dit boek onmisbaar
voor elke vogelliefhebber.
Klik hier voor voorbeeldpagina's (19) van het Papegaaien en
Parkietenboek
(Even geduld - inladen kan even
duren)
|
Beschrijvingen van:
232 soorten
242 ondersoorten |
Foto's van:
302 soorten en ondersoorten
35 mutaties
779 foto's in totaal |
|
|